WATT MOET JIJ NOU MET EEN VERMOGENSMETER?

Die vraag snap ik eigenlijk wel. Ik ben een archetypische toerrijder. Een voetballer die zes jaar geleden op de racefiets stapte. Een veteraan bovendien, een echte mamil zoals de Engelsen zouden zeggen. Nog nooit heb ik een wedstrijd gereden. Ben het ook niet echt van plan ook. Dus wat moet ik nu met een powermeter? Het makkelijke antwoord is dat het de volgende stap is in een steeds verder uit de hand lopende hobby. Maar dat antwoord klopt maar deels. Ik heb er drie redenen voor:

1. Interesse

Ik geef toe, ik ben een nerd. Fietsen is voor mij meer dan de fietstocht zelf. Ook het achteraf bekijken van mijn rit, op bijvoorbeeld strava, maakt voor mij onderdeel uit van het fietsplezier. En ik ben geïnteresseerd in de kennis achter fietsen. Ik verdiep me graag in materiaal en in de trainingsleer. Ik heb bijvoorbeeld het boek: “Het geheim van wielrennen” van Guido Vroemen met veel plezier gelezen. Ik rijd al jaren met een hartslagmeter. Met zo’n wattagemeter komt er een nieuwe dimensie van getalletjes en begrippen als FTP, TSS en vermogenszones bij. Ik vind interessant om te ontdekken wat die getalletjes betekenen, hoe ze bij mijzelf zijn en wat ik er vervolgens mee kan.

2.    Van tacx naar wattbike

Trainen op een wattbike kost € 57,50 per maand. Voor één keer in de week. Daar moet je dan ook nog eens de deur voor uit. Maar nu staat er dus op mijn zolder een wattbike in de vorm van is mijn racefiets op de tacx . Kan ik onbeperkt gebruiken. Tel uit je winst!

2017-02-11_1446280_clean

 En er is meer. Vroeger keek ik een voetbalwedstrijd of uitzending gemist om me niet helemaal dood te vervelen tijdens het tacxen, nu is er Zwift. Dat is een virtuele wereld waarin je samen met andere fietsers door virtuele landschappen rijdt. Je wattage bepaalt daarbij hoe hard je rijdt. Dat is natuurlijk minder leuk dan buiten fietsen, maar toch verrassend verslavend. En in Zwift kun je perfect intervaltrainingen uitvoeren. In een mum van tijd maak je een workout op maat. Het aantal intervallen, de duur en de intensiteit in wattage kun je heel eenvoudig naar je eigen wens instellen. En tijdens de training rijd je bij het begin en eind van elk interval door een virtueel boogje en krijg je voortdurend in beeld of je harder of langzamer moet trappen. Ideaal!

 3. Intervaltrainingen

Ik doe om twee redenen aan intervaltrainingen.  Op de eerste plaats heb ik weinig tijd. En als je dan toch je conditie op peil wil houden, dan zijn intervaltrainingen een prima oplossing. Een uurtje is genoeg voor een behoorlijk trainingseffect. Op de tweede plaats sport ik ook om nog lang sterk, fit en vitaal te blijven. En volgens de Amerikaanse trainer Joe Friel zijn intensieve intervaltrainingen ideaal voor de wat oudere sporter, die het onvermijdelijke aftakelingsproces zo lang mogelijk wil uitstellen.

Om korte intensieve intervaltrainingen, met intervallen die variëren tussen 30 seconden en 3 minuten,  goed uit te voeren is een wattagemeter het perfecte hulpmiddel.  Als je op gevoel of op hartslag zo’n training uitvoert, dan ga je meestal in het begin van het interval te hard, stort je halverwege in en heb je aan het einde weer een piek omdat je er een eindsprintje uit perst. Een goed uitgevoerd interval, met het beste trainingseffect, kent een vlak of licht stijgende lijn tijdens het interval. Door een wattagemeter te gebruiken kun je in het hele interval heel precies het juist vermogen leveren.

 Ervaringen tot nu toe

Inmiddels ben ik nu een kleine twee maanden bezig met mijn vermogensmeter en dat levert veel inzichten op. Dat is niet altijd leuk. Zo’n meter liegt niet en presenteert genadeloos de kille cijfers. En die cijfers waren in het begin best confronterend. De eerste tests met de wattagemeter bevestigden wat ik eigenlijk al wist. Ik heb geen enkel talent voor wielrennnen.

Maar nu ik dat feit heb geaccepteerd, biedt het rijden met de vermogensmeter mij vele inzichten die helpen om het maximale uit mijn middelmatige motortje te halen. Zo heb ik ontdekt ik tijdens mijn duurtrainingen op basis van mijn hartslagmeter, steevast wat al te langzaam reed. Die rijd ik nu een tandje harder, en ik heb zeker het idee dat ik daar sterker van word. En tijdens intervaltrainingen heb ik meer controle. Het gebeurt minder vaak dat ik mezelf al halverwege de training heb opgeblazen. En tijdens klimmetjes kan ik mijn krachten beter verdelen. Ik weet nu precies welk wattage ik tijdens die paar minuten naar de top van Het Kopje, de Treekerweg of Amerongse Berg vol kan houden. Ik heb er ook echt zin om te testen hoe dat in de Ardennen en de bergen uit zal pakken.

Dus is zo’n vermogensmeter nuttig voor alle wielrenners? Zeker niet! Als jij niets hebt met getalletjes, trainen en strava en gewoon lekker wilt toeren, of al heel veel ervaring hebt met trainen en goed weet hoe je naar je lichaam luistert, dan zou ik er niet aan beginnen. Maar als je doelen stelt en weinig tijd hebt om te trainen, dan zou ik het zeker overwegen. Wachten loont, want het aanbod aan vermogenmeters groeit en ze worden steeds betaalbaarder. Ook op marktplaats groeit het aanbod. Als je eens wil proberen of het iets voor je is, dan is de aanschaf van een markplaatsje geen gek idee. As het niet bevalt, verkoop je hem gewoon weer door. Ik ben zelf om en mijn vermogenmeter gaat in elk geval nog lang niet terug op marktplaats.

 

Volg nu de discussie op het HBH forum