La Velomediane. Meer dan een vingeroefening in koersen.

Gereden op: zaterdag 30 augustus 2014
Afstand: 165 kilometer
Coureurs: D'n Jaf, Ijzeren Tinus, De Zwarte van Brakel, De Pimp, De Handelaar, Sander, Elleke, Marjolein, Lightning, PB, De Soigneur, Femke, Niels Spoorbiels

velomediane2


In de Ardennen verandert nooit iets. Een put in de weg wordt ieder jaar iets dieper, vakantiewoningen takelen verder af en Claude Criquielion wordt nog altijd grijzer. Verder is alles hetzelfde als het vorige jaar en alle jaren daarvoor. Het is evident dat we er graag komen. De Ardennen, dat is een Voorland voor Randstedelingen, waar grofvuil op het kampvuur kan en de motor wordt gestart met vier tripels achter de kiezen. Alles kan, alles mag.  We komen zoals ieder jaar naar de Waalse wildernis voor een goede jachtpartij en vieren er het eind van een lange zomer in de feesttent van La Roche.

 

Het is vrijdagmiddag en ik heb een kaartenboek op schoot. Edgar gaf het me ooit cadeau, hij kocht het voor een euro op het Waterlooplein. Het is twintig jaar oud, bevat detailkaarten van de Benelux en is nog prima bruikbaar. In de Ardennen verandert toch nooit iets.
De weg die we nu omhoog rijden staat aangeduid als de col de Rideux-Nord en die herken ik van twee jaar terug. Ik vraag Sander de weg naar links in te rijden en wijs hem ter geruststelling op een kleurig pijlbordje. ‘Velomediane’ staat erop. We passeren een verlaten groeve met twee roestige hijskranen. De weg loopt steil omhoog en slaat dan rechtsaf het open veld in. Daar vlakt het af tot de rand van het dorp Heydt.

‘Hier is het, Sander’, merk ik op. Mijn wijsvinger rust op de opengeslagen bladzijde van het kaartenboek. ‘Daar, waar die weg opnieuw zo steil omhoog gaat, tussen de huizen’. We zijn terug op de plek die ik zo lang vervloekt hebt. De plek waar mijn ambities in 2012 de genadeklap kregen. Nu ben ik hier terug om wraak te nemen. Het is er tijd voor. We zetten de auto stil langs de kant, stappen uit bij het plaatsnaambord van het dorp en pakken ongezien onze tassen uit.

Op zaterdagmorgen staan om tien over acht pas vijf mannen achter het dranghek van Vak II aan de kade van de Ourthe. Ik sluit aan en zet mijn fiets tegen de gevel. Een klein uur tot de start. Die tijd breng ik door in het gezelschap van een flesje Aquarius en twee stukken ontbijtkoek. Overal lopen verzorgers rond die de jasjes van hun renners halen en brengen. Natuurlijk regent het. Er was immers aangekondigd dat het nagenoeg droog zou blijven vandaag, en volgens Lex moet je dan in de Ardennen pas echt op je hoede zijn.
Ik kijk naar de bevoorrechte renners en rensters die vak 1 instromen. Dat zijn er niet veel. En ze zijn ook niet vroeg. Op Sander na, natuurlijk. Die heeft zijn voorband al tegen de schoenzolen van monsieur Claudy gedrukt. Ik kan het helaas niet zien vanuit mijn tweede vak. Verschil moet er zijn, een voorrecht moet je verdienen. De enkeling met het witte startbordje die toch probeert het eerste vak in te glippen wordt genadeloos in de kraag gevat door de assertieve Waalse meiden die verder niet veel meer te doen hebben dan sigaretten roken en hard meezingen met de hits van Stromae die uit de opgehangen speakers schallen. Straks vertelt iemand van de organisatie door diezelfde speakers dat Chimay zoals ieder jaar hoofdsponsor is en dat men het bier kan drinken in de tent na de aankomst.
Ik kan en mag daar nu niet aan denken. Al meer dan twee maanden staat de blik op deze cyclo, de voorbereiding verliep vlekkeloos. Lichaam, geest en materiaal zijn in topconditie. Ik voelde het al direct bij het opstaan. Na het vierde flesje Ciney bij het kampvuur overviel de ontspanning me, warm als een denkbeeldige deken die ik de volgende ochtend nog steeds omgewikkeld heb. De benen voelen vederlicht, mijn maag zit propvol hoogwaardige brandstof en de ketting gleed gisteren soepel langs het doekje met smeermiddel. Ik controleer de belangrijkste plekken van het parcours, ze staan op een stickertje op de bovenbuis. De eerste dertig kilometers moeten zeker in een uur worden verreden, de tweede reeks van dertig eigenlijk ook. Het derde uur wordt het zwaarst, vijfentwintig volstaat om op het schema een gouden zwijn te blijven. Daarna wordt het makkelijk en is het zaak om in goede groepen te zitten voor de lange, vlakke stukken. Die staan op mijn sticker, de hellingen heb ik weggelaten. Daar is het toch ieder voor zich. Maar wie op de vlakke weg van vijftien strekkende kilometers voor de Beffe alleen komt te zitten heeft een probleem.

velomediane4

Een man met kale inhammen en een wapperende krullenbos fietst langs in een spuuglelijk geel tenue van een Westfries bouwbedrijf. Een andere vent draagt een shirt van Sauna Club Charleroi met een geprinte foto van een naaktmodel en een derde vent hult zich in een vaalgeel streepjesshirt met ‘DALTONS’ erop. Hij heeft gitzwart haar en een strakke, puntige kaaklijn als de stripschurken uit Lucky Luke. Het lijken me geen hoogvliegers die hier aan de start verschijnen. Het startveld in de Velomediane is als de huizen en wegen van Wallonië. Het wordt ieder jaar een heel klein beetje minder. De sleet zit erop, als het dunne laagje corrosie op je ketting, daags na een natte rit. Het geeft niet, je poetst het er zo weer af. In La Roche-en-Ardenne wordt de aftakeling als een authentiek streekgerecht geserveerd en je krijgt er een charmante glimlach bij.

We zijn net gestart en er liggen er al een paar in de berm. Massale valpartij zonder erg, zo lijkt het. Het gebeurde voorop, ergens in de drie a vier waaiers voor me. Vlak daarna zie ik Niels omhoog rijden. We groeten elkaar bij het passeren. Niets wijst erop dat hij er zojuist ook heeft bijgelegen, maar het ei op zijn bovenbeen is gelegd en onderhuids al aan een onzichtbare groeispurt begonnen.
Na krap dertig kilometer zit ik tussen de gele stuurbordjes en zie ik Lex klimmen. Niet veel verder zit Sander. Hij sleurt aan kop van een groepje, bovenop een plateau na de lange klim van Ortho. Zijn eigen bord moet zo snel mogelijk leeg. Zo heeft hij het nu eenmaal graag.

Vanaf nu rijden we min of meer op dezelfde plek in de koers. Samen met tientallen anderen. Het parcours schudt de kaarten voortdurend door de snelle opeenvolging van klims, afdalingen en rechte, open stukken. De Velomediane is een cyclo waarin alertheid beloond wordt met bonusseconden, overal liggen winstkansen en overal schuilt het gevaar. De fietser met de rugzak die vlak voor me zijn rode BMC over het asfalt laat schuiven is zo’n gevaar. Rode BMC’s, je kunt er maar beter niet aan beginnen. Gelukkig sluit de man met de rugzak opnieuw aan en neemt direct de kop over. Ça va. Ik ga er een paar posities achter fietsen.
Sander, Lex en ik komen samen bij de eerste verzorgingspost, maar eigenlijk zijn we hier solo. Dat is een cyclo: rijden tot je erbij neervalt, knallen tot de krampen steeds harder op de deur kloppen om je te vertellen dat het nu toch echt een tand minder groot moet. Op souplesse in plaats van kracht, veel drinken en hopen op een wonder vanuit een schimmig buisje magnesiumsiroop. Het eerste uur ging volstrekt boven de limiet. Het tweede ook. Het lijkt waanzin wat we hier doen, we rijden dertig minuten onder schema. Maar het is nog vreselijk ver.

De kasseien van de Haussire blijven ons bespaard, we nemen een andere weg omhoog. Ik zet me in het wiel van Lex en probeer te volgen. Hij rijdt hard en heeft Sander al snel in het vizier. Ik heb een goed ritme te pakken. Lex is dat, zonder dat hij het doorheeft, aan het breken. Ik moet harder om te volgen of lossen om te blijven draaien op het tempo dat de krampen gedogen. Ik kan niet kiezen. We zijn al boven.
Hoe zou het hier met de Eus zijn? Kent hij de Haussire? Gaan Harry en Jaap vandaag de vorm van hun leven verzilveren of komen er gouden randjes aan de brevetten vandaag? Het gaat ineens regenen, we zijn ruim boven de vijfhonderd meter. Bijna iedereen wordt hier vanaf de kant bevoorraad, en ploegauto’s scheuren soms langs. De politie zet zelfs de gevaarlijkste punten af. Voor een toerfietser is de Velomediane meer dan een vingeroefening in koersen. De knop is al vanuit de start omgezet naar de gooi- en smijtstand. We hebben ruim honderd kilometer afgelegd en gaan twaalf kilometer in dalende lijn naar de Roche-a-Frêne. Ik kan rusten, lang rusten, doe geen trap en ga zestig per uur met een Powerbar achter de kiezen. Dit gaat een mooie dag worden. Naast me duikt Lex weer op.

Daar is het plaatsnaambord van Heydt. Vliegensvlug zet ik mijn fiets tegen het bord en buig ik door mijn knieën. Tussen het hoge gras, in de schaduw van het bord, staan twee volle bidons met sportdrank en opgelost magnesiumpoeder. Ze hebben hier de hele nacht en ochtend op ons staan wachten nadat we ze gisteren hadden klaargezet. Het is een goed moment, precies zoals we hadden ingeschat. De volgende verzorgingspost is immers nog ver en mijn drankvoorraad nagenoeg op. Ik pak er eentje en zet mijn lege bidon naast de volle die op Sander wacht. Het is zo afgesproken. Een korte boodschap voor straks. Dan fiets ik weg.
Opnieuw een krampscheut bij het inklikken, maar de pijn zet niet door. Ik wel. Tien seconden was de pitstop in Heydt. Vijftien minuten winst gepakt op 2012 door één simpele voorbereiding. Even gulzig als triomfantelijk neem ik een grote slok terwijl ik de oprijlaan passeer. Hier belde ik twee jaar geleden aan. Daar, in de garage bij de witte villa met het perfect gemaaide gazon liep toen een man met een slakkengang naar zijn buitenkraan om mijn drinkbussen te vullen. Onophoudelijk vertelde hij over zijn eigen deelnames aan de Velomediane, terwijl hij mijn bidons gijzelde onder zijn rechterarm. Kennelijk hadden ze vroeger geen tijdsregistratie. Tijd speelde voor deze inwoner van Heydt sowieso geen rol. Voor mij wel.  Toen, en nu helemaal. Ik sla de tweede verzorgingspost over en probeer coalities te sluiten met Vlamingen om naar de Beffe te rammen.
We laten ons bewust inlopen en groeien zo aan tot een groep van twintig. Bij Beffely Hills regent het al pijpenstelen en dat houdt vijftien kilometers aan. Dit stuk had niet gehoeven. Het is koud, kleddernat en ik denk alleen maar aan mijn Conti’s. Ze bewijzen zich opnieuw vandaag. Alles doet nu pijn, er is immense druk op mijn perineum, het stukje tussen de balzak en de anus prikt als een injectienaald bij iedere beweging. Ik durf niet uit het zadel en in de afdaling naar La Roche laat ik me roerloos naar beneden glijden. Er zijn geen gedachten meer tijdens de lange, dalende nooduitgang uit de Hel van de Haute Fagne. Goed, een gedachte heb ik wel en dat is dat er nog heel wat Canyons door die Hel heen moeten, maar beneden wacht hen applaus en Echt bier uit Echte glazen. Lex is ze al aan het halen. Ik hang nog klappertandend over mijn frame.

velomediane1

Van het binnenhalen van de Canyons krijg ik het warm van binnen. Met Marjolein deel ik een nieuwe Chimay Blonde terwijl we de finishstraat afspeuren. PB steekt een sigaar op. De Magistraat draagt zijn rookwaar altijd bij zich in een verchroomd etui, compleet met bijvulaansteker en stukken notenhout. De denkbeeldige deken is terug en Blond bier kolkt in mijn glas. Wie er vandaag twee uur langer over deed heeft twee uur langer moeten bikkelen. De knop is al lang weer teruggezet tot de stand waarin ik mijzelf sentimenteel hoor mijmeren dat ik graag iedereen heelhuids in de feesttent terugzie. Dat is gemeend en tot dat moment sta ik langs het hek. Ik liep net per ongeluk de verkeerde zaal van het sportcomplex binnen en zag daar de EHBO op volle kracht aan het werk met de slachtoffers die terugkeerden uit de Hel, boven bij Dochamps. Het was niet gemakkelijk vandaag, behalve voor de man met kale inhammen en zijn wapperende krullenbos. Volgens PB zou het een oud-profvoetballer kunnen zijn. Hij mag zijn spuuglelijke gele trui nu op het podium tonen. Tot vier keer toe. Wij klappen onze handen stuk. Harry en Lex vechten om een smeulende peuk die ze bietsten bij de Dalton. Ook zijn gele schurkenshirt stond net op het ereschavot. Hij steekt er ook een op. Hij heeft het verdiend.

Die avond word ik opeens om negen uur wakker. Ik heb drie kwartier geslapen en beneden is er opnieuw voor de hele groep pasta gekookt vanuit de gigantische grootverpakking van Boris. Het kampvuur knappert al. Dit is het moment waar iedereen naar uitkeek. Harry heeft er speciaal een grote fles lampolie voor gekocht en die smijt hij met veel plezier de vlammenzee in. Ondertussen hebben zijn Waalse buren een feest in de tuin en klinkt er harde muziek door de Nacht van Warre, waar een kleine baby zijn eerste buitenlandse vakantie viert. Zijn wieg hobbelt over het duistere modderpad van het haardvuur terug naar het vakantiehuis terwijl John een nieuwe kruiwagen met haardhout vanuit zijn kofferbak naar het vuur rolt.
Telkens kondigt een kort, krakend geluid de blije boodschap aan van een snel oplaaiende vlammenzee. Er galmt een euforische oerkreet over het Dal van de Ourthe wanneer Lex door de hoeven van zijn tuinstoel zakt en languit in het gras ligt. Er mag opnieuw een kapotte stoel op het vuur. Nog ééntje.

De rest bewaren we voor volgend jaar.

 

velomediane3 velomediane5

Volg nu de discussie op het HBH forum