Les Trois Ballons 2012: een tocht met ballen

Gereden op: Saturday 9 June 2012
Afstand: 224 (incl. terug naar de camping) kilometer
Coureurs: Sander

Op donderdagmiddag 7 juni om klokslag 15.03 (dat kan dus niet), kapte ik een overleg af op mijn werk, met de mededeling dat ik weg moest. Immers, ik moest in de auto stappen om naar Champagney te rijden voor mijn eerste Trois Ballons. De auto stond vol bepakt op het dak van de Bloemenveiling, te wachten op een rit van uiteindelijk 8 uren en 28 minuten.

Eerst haalde ik Niels op in Eindhoven (op een tot de verbeelding sprekend bedrijventerein). Na ongeveer 6 uren gereden te hebben, ging het extreem hard regenen, werden de wegen slechter (D- wegen) werd het donker en bleken mijn ruitenwissers hun beste tijd gehad te hebben. Het werd er dus allemaal niet beter op. Om 23.30u kwamen we aan op de camping. De regen was nog niet gestopt: in tegendeel. In mijn onderbroek heb ik de tent opgezet (om mijn kleren niet geheel doorweekt te laten worden), terwijl Niels mij vanonder zijn regenkleding bijscheen (het was pikkendonker).

De tent stond in 5 minuten, en niet lang daarna lagen we bierdrinkend in de tent. De regen kletterde nog onverdroten door op het dak van de tent: als dit maar niet een voorbode was voor het weer op zaterdag!

 

De volgende ochtend werden we pas wakker om 10.30u. Tot 10.29u had het geregend, maar toen wij buiten stonden, ging de zon schijnen. Heerlijk! De hele vrijdag hebben we niets anders gedaan dan eten, drinken, bescheiden ophalen, eten en drinken. En klooien aan de fiets natuurlijk. De sfeer op de camping was grappig: iedereen doet hetzelfde. Rondje op de fiets, fiets checken, rondje op de camping, pasta koken, bij-eten, water drinken etc. Ook bleek ik twee mensen toevallig te kennen: een collega en een vriend van een vriendin. Ik wist dat ze hem gingen fietsen, niet dat ze op de camping zouden staan.

 

Ik had de wekker gezet om 5.30u, om vroeg aan de start te staan. Hoe eerder je in het vak staat, hoe groter de klasbakken om je heen. Daar profiteer je van. Het ontbijt was heerlijk: pasta met bosbessenjam: hmmmmm, lekker.

 

Maar goed, dan nu het koersrelaas. Stipt om 7.15 vertrokken Niels, collega Bert en ik. Het was zonnig, weinig wind, dat voorspelde veel goeds. Het eerste wat ik deed is vol sprintend bij Niels en Bert wegfietsen (we zijn hier niet voor de gezelligheid :-), om in te haken bij een groepje dat 42 km/h valsplat omhoog reed. De Servance is een mooie klim om mee te beginnen, al vond ik het tamelijk heftig. Mijn longen waren bedekt met een taaie laag rommel, een erfenis van de verkoudheid van de week ervoor. Dat wilde eruit! Ook vond ik de klim zeer onregelmatig. Ik kwam maar moeilijk in mijn ritme.

 

Op de Servance hoorde ik op een gegeven moment: ‘Hey Sander!’. Was dat Niels’ stem? Was dit waar? Ging de reus mij voorbij? Stel je een horrorfilm voor en dan vooral de geluiden als er iemand van kant wordt gemaakt: dat speelde zich af in mijn hoofd. Onvermoede krachten boorde ik aan, ik schakelde bij en reed langzaam bij hem weg. De afdaling van de Servance was mooi maar verraderlijk. Openbare werken van het departement Comte vonden het handig om kasseien in de afdaling neer te leggen, terwijl renners eraan komen jakkeren met 60-70 in het uur. Maar het ging goed en het werd uitstekend aangegeven! Aan het einde van de afdaling moesten we allemaal wachten, Niels sloot weer aan. Samen hebben we een stuk gefietst, maar we raakten elkaar toch weer kwijt.

 

De Oderen is een heerlijke klim. Mijn hartslagmeter en snelheidsmeter hadden het allang begeven (K%$#^%&***T), maar het ging goed. Ook kwam ik hier weer de dwerg van ‘ZZPR voor al uw stuc- en behangwerk’ tegen. Hij rijdt op een celeste groene Bianchi uit de jaren 80, en draait een onvoorstelbaar verzet. Zag ik hem bij de start trouwens niet ook al?

 

De Bramont bleek een serieuze klim. Opeens hoorde ik 50 meter achter me weer iemand ‘Sander!’ roepen. Bleek Niels Spoorbiels alweer vlakbij me te zitten. Potverdomme, wat is hij sterk geworden, 91 kilo schoon aan de haak! Dus ik deed er weer een tandje bij. Vanaf dat moment heb ik met enige regelmaat angstig om me heen gekeken: eenieder die me inhaalde kon De Reus uit Roden zijn. Eenmaal ‘boven’ begon ik aan de Route des Cretes: Harde wind, schuin tegen, kop over kop, volle bak. Een machtige ervaring! Iedereen hielp elkaar terwijl we waarschijnlijk harder dan 40 in het uur gingen. Ook zitten hier venijnige rotklimmetjes in, die het lint soms doen breken. Ik zat achter een kerel die brak, waarna ik alles uit de kast moest halen om er weer bij te komen (ik proefde bloed). Parkoerskennis was hier niet overbodig geweest, want daarna doken we vrij snel de afdaling in van de Grand Ballons, waarna het pak weer bijeen kwam. Verspilde moeite dus…

Richting de Hundsruck heb ik even getoiletteerd. Eerst probeerde ik het bij een mevrouw die Champagne en dure wijnen verkocht in haar etablissement. Ik was niet verbaasd dat ze me weigerde, eerlijk gezegd: hevig zwetend en waarschijnlijk schreeuwend (Door de afdaling zaten mijn oren nog dicht: AVEZ VOUS UNE TOILETTE ET R APIDEMENT UNE PEUT). Dat komt niet echt lekker over.

 

De Hundsruck was een bi-atch. Ik was daarvoor al tamelijk kapot gegaan en heb me serieus afgevraagd of het allemaal goed zou komen. Ik heb door de pijn heen getrapt en kwam boven, maar niet van harte. Ik kon enigszins herstellen in de afdaling van de Hundsruck, maar al snel begint de Ballon d’ Alsace. Iedereen op de camping sprak moord en brand over deze berg. Hij leek maar niet op te houden en was zeer onregelmatig, maar vooral zeer zwaar. Ik had dus, zeg maar, last van de derde bal (…). Eenmaal in de afdaling wist ik dat ik dan 45 kilometer iets rustiger aan kon doen. Ik kwam hier volledig alleen te zitten: niks voor me en niks achter me. Dus ben ik maar gaan knallen. Gelukkig had ik wind mee, dus ik kon aardig doortrappen. Martijn vertelde me al over de 4 of 5 Amerongse Bergjes in het parkoers. Normaal doe ik deze op de macht, maar omdat ik dat niet meer had, werden het stuk voor stuk Galibier’s. Op een gegeven moment haalde een groepje me in die ik net kon bijbenen. Dit groepje bracht me naar de Planche. De vreselijke verhalen over De Vlakte van de Mooie Dames hadden bij mij angst ingeboezemd. dit had een positief effect, want, daardoor viel de berg mee. Het was natuurlijk vreselijk, maar ik was er bijna. Ik keek nog even achterom of Niels er niet toevallig aankwam, maar nee. Weer kwam ik de ZZP-er, voor al uw stuc- en behangwerk tegen, hem haalde ik in.  Koop dan ook een triple :-).

 

Bovenop bleek de meervoud in Belles Filles niet terecht. Ik heb er maar 1 gezien. Niels reeds een onnavolgbare 8.46, waarmee hij ongetwijfeld de top 10 van het kiloknallerklassement boven 90 kilo heeft gehaald. Niels en ik pleiten ueberhaupt voor een kiloknallerklassement. Dat is toch veel eerlijker? Ik reed 8.28 (net zo lang als de autorit naar Champagney).

Volgend jaar willen Niels en ik weer. Niels gaat voor 8.00, ik voor 7.59,99….