Leven als renner in Frankrijk, HBH rijdt La Marmotte 2011

Gereden op: Saturday 2 July 2011
Afstand: 175 kilometer
Coureurs: Tinus, Lex, John, Dirk, Martin, Richard, Sander, Marjon, Elleke

Leven als Renner in Frankrijk

Team HBH rijdt La Marmotte 2011


Bourg d’Oisans is het wielermekka van de wereld. Duizenden geschoren benen fietsen er door het centrum, dat uit drie straatjes bestaat. In die straatjes een paar fietsenzaken, terrasjes, en een enkele patisserie. Op de terrasstoelen zitten de renners. Daar drinken ze espresso’s en eten rijstetaart. Lopen doen de geschoren benen zo min mogelijk.

Er wordt Frans, Nederlands, Deens, Engels, Spaans en Italiaans gesproken. De paniekaankopen vliegen de deur uit bij de wielerzaak.

Er is de dag vóór De Dag sprake van nervositeit, opwinding en euforie, maar men weet de coolness te behouden. Je gaat je er vanzelf coureur van voelen.

En zo kan het gebeuren dat ook team HBH aan de rijstetaart zit naast het professionele Sean Kelly Cycling team van kopman Niko ‘Rambo’ Eeckhout, voormalig Belgisch kampioen en kermiskoning van Vlaanderen.

Het rennersgevoel wordt versterkt door Marc. Marc is de uitbater van Gîte Le Schuss bovenop de Col d’Ornon. Marc maakt enorme porties pasta en serveert een rennersontbijt zo vroeg wij maar willen. En hij heeft een paar dames in dienst die de rode wijn komen brengen. Het enige dat wij doen in de dagen voor De Dag is hangen, wat fietsen en eten. Heel veel eten. Leven als Renner in Frankrijk.

Op de Alpe d’Huez kun je ook goed hangen. Op donderdag rijden we de 21 bochten in een kalm tempo omhoog als het buiten 25 graden is. Loopt lekker, die Alpe, en er is in elke bocht wat te lezen bovendien. Boven is een rennersdorp dat uitnodigt tot nog meer paniekaankopen. Er zijn duizend soorten repen en vijftig type regenjacks te koop, dus dat werkt prima. Omdat de Franstalige horeca stipt half twee al ‘fini’ en ‘complet’ serveert eten wij bij Australiërs. Die kunnen ook prima pasta koken en zeuren niet zo.

Met afgehaalde startnummers, registratiechips en ledlampjes voor de tunnels dalen we de 21 bochten weer af. Onze paniekaankopen passen nog net in de rugvakken.

 

hbhalpe

 

Ieder uur een reep lichter

 Het franse cycloteam is ruim voor vijven wakker. Wij verschijnen een uur later aan het ontbijt, en ontdekken tot onze verrassing dat Marc naast het uigebreide ontbijtassortiment nu ook een enorme pan met gesuikerde rijstepap op tafel heeft gezet. Wie dit weg kan krijgen heeft z’n gouden brevet al voor de helft binnen.

Doordat we verschillende startnummers hebben is alleen Tinus genoodzaakt om in het vak van 07:30 te starten. Na de 12 km afdaling van de col d’Ornon staat hij moederziel alleen en klappertandend van de kou aan de start. En dat met een klotsende kilo rijstepap in z’n pens. De moraal was wel eens beter vlak voor de start. En dan is er nog een krampachtig gevoel in de kuiten vanwege een bergwandeling de avond eerder. Dat zou een paar geschoren benen natuurlijk nooit doen de avond voor De Dag.

Stipt 20 minuten later vertrekt het volgende vak met daarin verspreid de gehele HBH ploeg. Sander kiest er met al zijn ervaring voor om al vroeg vooraan te staan. Martin kiest met al zíjn ervaring voor een vroege pitstop bij de plaatselijke fietsenzaak en verschijnt opeens 1 minuut voor het startschot op een vederlichte carbon Trek Madone. Z’n zwarte Canyon weigerde naar eigen zeggen plotseling dienst. Een paniekwissel zoals we die van hem gewend zijn?

Het ligt direct uit elkaar op de vlakke aanloop naar de voet van de Glandon. Maar goed ook, het is ieder voor zich vandaag. De zon schijnt nu ook op het lange lint renners en geleidelijk warmen de spieren wat op tijdens een eerste korte klim naar het stuwmeer. Er staat al volk langs de kant te joelen. De eerste klim van 25 km begint.

De Glandon is buitencategorie en eindigt ruim boven de boomgrens. Af en toe zit er bij wijze van verrassing een kort vlak stukje in, of zelfs een paar bochten naar beneden. Die worden wel meteen gevolgd door een stuk van 11%. Na een tweede stuwmeer wordt het iets vlakker en fluiten marmotten vanaf hoger gelegen alpenweiden. Verderop doemt al de splitsing naar de Croix de Fer op. Dit zijn de Alpen in alle pracht, het echte werk.

Tijd om te eten. De zakken van het nieuwe HBH shirt zitten propvol. Er kon vanochtend oneindig veel in, dus het regenjack is toch ook nog mee. Vanaf nu wordt het shirt ieder uur een reep lichter.

Boven rijdt ieder over de registratiemat een tijdsvacuüm in. In de afdaling vielen vroeger doden, dus is deze geneutraliseerd en staat er in iedere bocht een seingever.

Prima moment om wat rustiger aan te doen en eens extra te stoppen om een reep weg te proppen. Die minuten trekt de organisatie later toch weer af, en één km voor de tijdmat beneden in het Mauriennedal staken diverse renners tijdelijk hun afdaling.

Dan gaat het piepje in het vlakke dal en dat is een teken om geconcentreerd de race weer op te pakken. Iedereen die zich een snelle tijd ten doel heeft gesteld weet dat hier koers moeten worden gemaakt. Lange linten vormen zich op de grote brede weg door het dal. Linten met naast Hollandse- ook veel Franse, Britse en opvallend veel Deense gladde benen. Die laatste hoor je al van ver aankomen doordat ze steevast op het duurste materiaal rijden, inclusief luidruchtige carbonvelgen. Principia’s, Pinarello’s, Kuota’s. Rommel rijdt hier niet en te grote wapperende shirts zijn er evenmin.

Motoren begeleiden de pelotons waar wij ons in verschuilen op weg naar de voet van de Telegraphe. Het gaat goed hard, cyclostijl. Sander is zo verschroeiend hard vertrokken dat hij de eerder vertrokken Tinus vlak voor de voet van de Telegraphe bijhaalt. 20 minuten goedgemaakt in drie uur koers. Dirk ligt ook op dit snelle schema en volgt Sander op slechts 2 minuten. Lex en Richard zitten daar een kwartier achter, de rest volgt op drie kwartier.

Terwijl Tinus zich verschuilt achter een flauw excuus van lichte krampen tovert Sander al een tablet uit zijn achterzak. “Neem dit joh, anti-kramp tabletje”. In volle vaart wordt de pil door de doordrukstrip geduwd en met een slok water weggespoeld. Er zit nog voldoende in de bidons om de waterpost te skippen. Tijd voor een klim van slechts 1e categorie.

 

Één lange afdaling

 De meest gelijkmatige col in de Marmotte is de Telegraphe. Nergens echt makkelijk, maar ook nergens echt zwaar. 10 kilometer door het bos, vers geasfalteerd want de Tour komt straks langs.

De klim kent veel bochten en elke kilometer staat op paaltjes vermeld. Dat zal vanaf dit punt tot de finish zo zijn zolang de weg bergop gaat. Totaal nog zo’n 35 paaltjes dus.

De klim loopt lekker, de benen hebben een warm gloeiend gevoel en vragen voor het eerst vandaag om een versnelling. Komt ’t door dat mysterieuze magnesiumtablet? Is het die speciale reep die de organisatie in de goodiebag heeft gestopt?

In elk geval is dit het moment om winst te pakken.

Tinus versnelt, Sander kiest z’n eigen tempo. Ieder rijdt weer z’n eigen koers.

Na de top van de Telegraphe volgt een heerlijke afdaling naar Valloire, ski-dorp met wielersfeer. Jammer genoeg kruipt er net hier een aftandse volkswagenbus vol hippies  naar beneden zodat een lekker tempo in deze afdaling niet mogelijk is.

Valloire, eindelijk een mooi dorpje na de troosteloosheid van het geïndustrialiseerde Mauriennedal. En daar blijft het niet bij. Het parcours gaat na de ravitaillering van Valloire dwars door het beschermde natuurgebied tussen Telegraphe en Galibier. Bomen staan hier niet meer, het zijn rotsen, grasweides en kabbelende beekjes. Ook hier laten de marmotten zich zien en horen. Een steenarend vliegt z’n rondjes.

Op de bovenbuis van mijn fiets zit een sticker met een tijdsschema voor goud. Zes uur tot de Galibier is zo’n beetje de opdracht. Die Galibier dient zich nu aan.

Kilometerslang is de aanloop vanuit Valloire tot het punt waar het écht begint. Iedereen die het parcours een beetje bestudeerd heeft weet dat er een bruggetje is waar de weg afslaat en zich de rotsen op gaan slingeren. Dat moment is nu en voelt als hoogtepunt van de dag. Martin en Marjon verkenden dit de dag ervoor per auto en spraken over ‘een gemeen ding’.

Kilometers lang kronkelt de smalle weg zich naar de top op 2650 meter. Dit is Hors Categorie, alles boven de 7%. Maar we hebben geluk. Het is prachtweer vandaag. Staalblauwe hemel, niet te veel wind. Wie over z’n schouder kijkt ziet kilometerslange linten naar boven zwoegen.

Rond de top is het een drukte van belang omdat de diverse deelnemers aan georganiseerde groepsreizen hier hun eigen bevoorrading hebben. Waar de auto’s op de pas door een tunneltje kunnen moeten de fietsers nog een dikke km tegen 9% omhoog. ’t Is wringen. Hoe het Tourcircus hier straks moet neerstrijken is me een raadsel.

Dirk, Tinus en Sander ronden de top nog net binnen zes uur en storten zich in de technische afdaling richting Lautaret. Het asfalt is ook hier goednieuw. De handen gaan in de beugels!

Als er ergens sprake is van één lange afdaling dan is het op de weg van de top van de Galibier via de Lautaret naar de voet van de Alpe. Meer dan 50km lang gaat de weg naar beneden. Tot de top van de Lautaret is het sturen en remmen, daarna moet er soms ook weer getrapt worden. De weg is dan breed en er blaast warme wind op kop vanuit het dal beneden. Wie niet oplet gaat hier tijd verliezen. Gek genoeg worden hier de grootste verschillen gemaakt.

Opnieuw is het een kwestie van een sprong op een passerende trein. Sneltreinen passeren hier, met bonkige locomotieven en frêle Spaanse wagonnetjes er achter. Het gaat voortdurend enkele procenten omlaag en de snelheid ligt vaak tegen de zestig per uur.

Geconcentreerd voegen de renners zich in het dalende lint. Wie er van achteren afwappert komt er niet meer bij. Denis Menchov verloor ooit het uitzicht op een mooie klassering doordat hij het lint niet kon bijbenen en verloor minuten in de Tour. Het mag niet gebeuren nu goud voor het grijpen ligt.

Het gaat zo snel dat we zodadelijk al aan de voet van de slotklim zullen staan, dus ik pers een van de energiegels leeg nu het even kan. Iedereen doet dat trouwens, waarbij de Italianen consequent hun dopjes in de berm smijten. Ik ga ze er niet op aanspreken, het is hier al nerveus genoeg.

In donkere tunnels gaat de zonnebril op het puntje van de neus en ramt het lint gewoon door terwijl auto’s ons tegemoet komen vanuit de duisternis. Het kost moeite, veel moeite, maar het lukt om als laatste aan te blijven pikken. Een enkele keer gaat het even een stukje omhoog en moet er getrapt worden. Het wordt hier wel drukker met verkeer, we komen weer in de bewoonde wereld en er verschijnen steeds meer borden van de organisatie die waarschuwen voor gevaarlijke bochten.

En dan klinkt het angstaanjagende geluid van aluminium dat over het asfalt schuurt. Een geluid  dat niemand wil horen…

 

in-een-bocht-op-de-alpe

 

Slot:  Goud voor het grijpen

In de berm staat Dirk. Aangetikt door een Italiaan in het laatste deel van de afdaling van de Lautaret, niet ver meer voor de rotonde in het vlakke dal van Bourg d’Oisans. Terwijl het laatste korte tunneltje opdoemt maakt de Italiaan een vreemde beweging en raakt van de weg. Valpartij. Dirk ligt er bij. Alleen.

Even verderop, aan de voet van de Alpe is de laatste verzorgingspost. Een ontmoetingsplek, zo blijkt.

Het is 15:00 uur. Tinus arriveert, rijdt over de piepmat, grijpt 2 stukken banaan, vult een bidon met water en leest de SMS van Richard die laat weten de Galibier al gehad te hebben. Richard rijdt dus goed.

Tot zover deze pitstop. Terug het circuit op en beginnen met de finale bij de eerste bocht omhoog. Sander zit direct op zijn wiel.

Lex en Dirk zien elkaar twintig minuten later ook bij de post. Dirk blijkt ongedeerd. Zijn fiets niet. Het aluminiumframe is gedeukt, het achterwiel draait niet meer. Er zit zo’n slag in het wiel dat iedere omwenteling blokkeert tegen het frame.

Godzijdank is de hitte die deze berg kan geselen vandaag draaglijk. Schaduw is er nergens. Bocht 1 ligt er glad bij omdat deze is ondergekwijld door alle renners die met de tong op het stuur de kortgerokte dame met fraai decolleté begroetten.

De Alpe d’Huez blijkt totaal anders als twee dagen geleden. De 160 km en de 4000 hm hebben hun sloopwerk geduldig en zorgvuldig verricht. De souplesse is opgesoupeerd. Dat merk je pas in bocht 4 als het zwaarste stuk al achter de rug is. Het is op. Dit wordt éééén lange beklimming. Gelukkig wordt bij de kerk van La Garde water in bekertjes uitgedeeld.

In bocht 6 komt Sander langszij. Tinus pikt niet meer aan en moet Sander vanaf hier laten gaan.

Hoe ver is het nog en ligt Goud nog voor het grijpen? De sticker op mijn frame geeft geen antwoorden meer, de getallen zeggen niets meer. Doorrijden, doorploeteren, in elk geval tot dat dorp Huez waar het even iets afvlakt. Nu komen er steeds meer renners voorbij. Iedereen die inhaalt is een positie minder in het klassement. Zonde. Hebben zij beter ingedeeld? Reden ze hier al eerder een Marmotte? Had ik toch nog een reep moeten eten?

17:00 uur. Marjon en Elleke hebben samen gedaald en gaan de klim aanvatten.

Soepel rijden zij op hun beurt juist veel renners voorbij. Renners die sneller daalden maar het nu toch moeten afleggen. De Alpe deelt echt klappen uit.

Ergens lager op de berg zwoegt John zich door de bochten. 2 gloednieuw aangeschafte Vacansoleilbidons houden hem de hele dag gezelschap en geven druppeltjes moraal. Vijf dagen geleden stond John’s startbewijs nog op Martkplaats i.v.m. de totaal uit de hand gelopen rugblessure. Veel dichter bij afstappen dan dat moment kom je zelfs na een ineenstorting in bocht 5 niet.

17:40. Martin heeft zich al de hele week voorgenomen om zo laat mogelijk aan de voet te staan. Het is hem gelukt. Al het uitzoekwerk via obscure internetfora naar de laatst mogelijke aanvangstijd van de slotklim is niet voor niets geweest.Maar als er iemand ervaring heeft met het voltooien van Alpencols op een gehuurde racefiets dan is het Martinez, ontdekker van het ingenaaide iPOD-zakje in de bretels van de Bioracerbroek. Waar de meeste renners voor de finale een laatste energygel naar binnen slaan als geheime wapen gooit Martin een mix van de Party Animals en Aerosmith naar binnen. Living on the edge.

Het gaat echt tergend langzaam. Bij iedereen. Er is in dit veld werkelijk niemand die nu nog flitsend omhoog danst. Het verschil tussen snel en langzaam omhoog is hooguit een verschil van 1 km per uur. Het ziet er niet uit, is dit nu de fine fleur van de Europese wielerelite? Prachtig materiaal, strakke outfits, afgetrainde lichamen en geschoren benen, maar fietsen ho maar. Hoogtemeters maken meer kapot dan je lief is. Meer dan kilometers dat doen slaan de meters bergop in als zure bommen. Zwaarder als hier heb ik het op de fiets nog niet eerder gehad.

Bocht 17. Mijn tenen branden in mijn schoenen, de pijn is verschrikkelijk. Het ging net heel eventjes 13 km per uur maar dat leek verdomme wel een vlakke strook. Nu zak ik weer ver terug en ik zit aartslelijk op mijn fiets gebogen. Ik heb geen zin in de fotografen die overal staan om de lijken te schouwen. Ik schaam me nu voor mijn rijden, voor mijn prestatie zelfs. Vergooi ik hier nu het goede rijden tot nu toe? Waarom duurt dit zo lang?

Dan doemen de flats van Alpe d’Huez voor het eerst op. De stroken zijn hier het langst, er staat wind en ze zijn steil. Ik kan eindelijk wel weer wat kracht vinden nu ik het restaurant zie waar we twee dagen geleden nog aten. Daar was toen een finishdoek gespannen bij wat insiders ‘de Waterput’ noemen. Maar vergeet het maar, dat doek is nu weg. De slotkilometer loopt verder omhoog door het dorp en slaat dan rechtsaf.

Dan vlakt de weg af. Het lukt te versnellen, schakel zelfs naar het buitenblad.

Opeens gaat de weg in het dorp met een knikje naar beneden.

Daar is de finish.

 

het ziet er zwart van de mensen. Mensen die elkaar binnenhalen. Sommigen hebben zich door de organisatie een tientje laten ontfutselen en lopen nu met een foeilelijke plastic gouden plak om de nek. Team HBH posteert zich langs de dranghekken aan de finishboog.

Sander, Tinus en Lex staan met hun hand voor de mond als ze Dirk zien binnenrijden. Hij heeft de Alpe bedwongen op een fiets die bij terugkomst in Amsterdam officieel  Total-Loss wordt verklaard door de fietsenmaker. Door woede gedreven rijdt hij de Marmotte uit met een vierkant achterwiel. Onmogelijk maar het gebeurt.

Stoicijns bolt Richard een half uur later binnen en is als gebruikelijk direct hersteld van zijn rit. Hij heeft zeer goed gereden, net iets meer dan negen uur. Drie kwartier later komen eerst Elleke en dan Marjon over de streep in hun eerste cyclo. Grote klasse.

Handen gaan in de lucht bij het binnenhalen van de Eus. De Speaker schalt zijn naam en woonplaats over het drukbevolkte finishdorp. De Marmotte is georganiseerd tot in de puntjes, een renner die hier uitfietst wordt ook echt als renner behandeld. Er is een Italiaanse mobiele gaarkeuken en voor elke deelnemer staat een dienblad met water, brood, salade, pasta en pils klaar. Er zijn tentjes met gratis onbeperkt hersteldrank. En er is sfeermuziek op zijn Frans en een tientje terug is hier nog gewoon een tientje terug.

Dan komt Martin binnen en heeft de hele equipe uitgereden.

 

Zonder twijfel was de Marmotte een van de zwaarste ritten die HBH ooit zal rijden.

Later tijdens de Tour wordt etappe 19 gereden met 70 km en één col van de buitencategorie minder en zullen de profs toch serieus pijn lijden. En ook zij kijken naar de sticker op hun frame met informatie over de koers. Hoe laat mag een Tourrenner onderaan de Alpe staan? Hoe snel moet de Alpe worden bedwongen voordat de tijdslimiet verstrijkt en een groene trui niet naar Parijs kan worden gebracht?

Als we terug dalen naar het terras van hotel Oberland beneden in Bourg komt, onderweg in bocht zeven, de bezemwagen ons tegemoet.

hotel-oberland ploeg-op-de-alpe

Volg nu de discussie op het HBH forum